Ga naar home van Werkgroep Voetafdruk Nederland
Home
Het model
 Historie
 Biocapaciteit
 Voetafdruk
 Bevolking
 Natuur
 Metingen
 

Historie

De problematiek van de groeiende wereldbevolking en de beperkte biocapaciteit of draagkracht van onze Aarde werd o.a. onderkend in het rapport ‘Grenzen aan de Groei’ (Club van Rome, 1972). Het vraagstuk kwam voor het eerst mondiaal op de politieke agenda door het rapport ‘Our Common Future’ (1987), van de VN-World Commission on Environment and Development, ook bekend geworden als het ‘Brundtland-rapport’, omdat mw. Gro Harlem Brundtland, toen premier van Noorwegen, de voorzitter was van de commissie. Die commissie waarschuwde de wereldbevolking voor de gevaarlijke koers van de economie op Aarde, en bepleitte een snelle verandering naar een duurzame ontwikkeling.

In 1996 kwam het eerste boek ‘Our Ecological Footprint’ uit, samen geschreven door prof. William Rees, en dr. Mathis Wackernagel, die bij Rees promoveerde. Ze presenteerden het Footprintmodel om de biocapaciteit van de Aarde te kunnen vergelijken met het gebruik ervan, door bijvoorbeeld personen, steden, landen en bedrijven. Met het model kunnen een aantal belangrijk aspecten van duurzame ontwikkeling gemeten worden, namelijk het energie- en ruimtegebruik.

Dankzij discussie en kritiek is het model in de loop der jaren aangepast en verder verbeterd. Met steun van het Wereld Natuur Fonds werd het model uitgewerkt voor alle landen van de wereld met meer dan een miljoen inwoners, en die worden nu elke twee jaar gepubliceerd in het Living Planet Report (LPR). Tevens staat daar de optelsom in van de mondiale voetafdruk van hele wereldbevolking; in LPR 2010 blijkt de mondiale overbelasting (overshoot) reeds 50% te zijn, dus we gebruiken nu een halve Aarde meer, dan de planeet duurzaam kan blijven leveren.